Utrecht is letterlijk en figuurlijk het middelpunt geworden van landelijke integratie kritiek. Een wethouder aldaar is, tegen de zin van minister van der Laan in, voornemens om de inburgering van man en vrouw gescheiden te laten plaatsvinden. Dat dit voor ophef zorgt is, helaas, vanzelfsprekend. Laten we eerst de praktische kant van de zaak bekijken, alvorens meer theoretische gronden van voor- en tegenstanders te belichten.
Als de cijfers in de media kloppen, wat ze zelden doen, dan zijn er in Utrecht 100 zgn. inburgeringsklassen, waarvan er 15 (%) seksegelijk zijn met de volgende verdeling; twaalf vrouwenklassen en drie mannenklassen. Het gaat dus niet om een beleidslijn om alle inburgeringsklassen seksegelijk te maken, een punt dat in de huidige berichtgeving nog wel eens verloren gaat (ook omdat deze casus linea recta wordt verbonden met de gescheiden loketten, zitplaatsen en zwemgelegenheden die ten lande opduiken. Omwille van de leesbaarheid wordt daar nu niet verder op ingegaan).
Het bezwaar tegen deze gang van zaken luidt dat in Nederland man en vrouw aan elkaar gelijk zijn en gescheiden inburgeren dus indruist tegen dit principe. De wethouder verweerde zich door te stellen dat er in de praktijk talloze voorbeelden zijn te noemen, zoals sauna bezoek, waarbij man en vrouw gescheiden zijn. Dat zal zijn maar het is een non argument omdat er even zoveel voorbeelden te bedenken zijn waarbij dat niet het geval is. Terecht dat zij hier kritiek over in ontvangst mocht nemen.
Daarnaast voerde de Utrechtse wethouder emancipatoire gronden aan waarom met name vrouwen baat zouden hebben bij seksegelijke klassen. Vrouwen zouden openhartiger met elkaar kunnen spreken wanneer zij onder elkaar verkeren dan wanneer er mannen bij aanwezig zijn. Dat lijkt ons een legitiem argument voor de scheiding van man en vrouw, want om bijvoorbeeld mishandeling of seksueel misbruik ter sprake te brengen is het van belang dat niemand door zijn of haar partner wordt belemmerd om te spreken.
Dat roept wel onmiddellijk de volgende vraag op, wat is het eigenlijke doel van het inburgeren? Is dat een kwestie van praktische vaardigheden, zoals het leren spreken, lezen en schrijven van de taal en een rondgang langs de belangrijkste instanties maken, met als doel het vergroten van de zelfredzaamheid? Of zijn er meer theoretische principes die moeten worden meegeven, waar de taal een onderdeel van is, met het uiteindelijke doel de culturele assimilatie van nieuwkomers?
In het eerste geval is het scheiden van man en vrouw onnodig. Er is geen reden om te veronderstellen dat men beter zou leren wanneer de klassen seksegelijk zijn. Bovendien zou men kunnen argumenteren dat van gemengde klassen al een emancipatoire werking uitgaat, die bovendien praktisch zou kunnen worden vergroot door elke klas te voorzien van een man-vrouw leraren duo. In het laatste geval kan het scheiden van man en vrouw gunstig zijn bij het bespreken van taboe onderwerpen, zoals homoseksualiteit, waarbij het voorstelbaar is dat een man tegenover zijn echtgenote nooit zal bekennen dat, hij dat in het verleden weleens heeft gepraktiseerd maar daar onder mannen misschien sneller toe geneigd is.
Deze praktische nuances zijn aan de tegenstanders van het gescheiden inburgeren evenwel niet besteedt omdat zij zich stug op het gelijkheidsprincipe van man en vrouw beroepen. Deze moet niet worden opgeofferd omwille van enkele delicate gespreksonderwerpen, of de culturele achtergrond van de nieuwkomers waarin het concept onbekend is maar dient krachtig te worden bijgebracht, desnoods met dwang.
Dit raakt aan een fundamenteel punt, namelijk kan gelijkheid worden afgedwongen? Nee, want het gebruik van dwang creëert automatisch ongelijkheid, niet tussen man en vrouw, maar tussen diegene die de dwang opleggen en degene die het opgelegd krijgen. Het gelijkheidsprincipe vooronderstelt de vrijheid van eenieder om elkaar als gelijke tegemoet te treden. Wanneer die vrijheid wordt ingeperkt om het gelijkheidsprincipe af te dwingen, verdwijnt ook de vrijheid om elkaar als gelijke tegemoet te komen – het is dus met zichzelf in tegenspraak.
Dit punt kan ook anders duidelijk worden gemaakt. De tegenstanders van gescheiden inburgeren kapittelen de voorstanders ervan omdat zij de gelijkheid willen opofferen ten gunste van de ‘goede’ zaak, zoals de tegenstanders dat sarcastisch plegen te noemen. De ironie wil echter dat zijzelf bereidt zijn om de vrijheid op te offeren ten gunste van de gelijkheid (de ‘juiste’ zaak?) en creëren daarmee nieuwe ongelijkheid.
![]()
Beeld | trouw.nl
0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
Leave a Comment